1.1 De lange aanloop naar de FIFA

Episode 1 July 12, 2026 00:36:46
1.1 De lange aanloop naar de FIFA
De Valse Trage
1.1 De lange aanloop naar de FIFA

Jul 12 2026 | 00:36:46

/

Show Notes

De Valse Trage trapt z'n eerste reeks af bij het begin: Montevideo 1930. Een illuster WK, maar ook het WK waar het minste informatie over te vinden is. Ploegen die met tegenzin op uitnodiging moesten verschijnen, een legendarische boottocht van Europa naar Montevideo, en een soort voetbal dat in de verste verte niet leek op het voetbal van vandaag. Tot op heden rijzen er nog steeds meer vragen dan antwoorden wanneer de naam Montevideo 1930 valt, en toont de eerste mundial in een reeks van velen dat de geschiedenis nooit stilstaat. 

Maar vooraleer we de grote oversteek naar Montevideo maken, stelt De Valse Trage zichzelf de vraag; hoe zijn we in godsnaam tot zo'n WK gekomen? Ontdek in deze eerste aflevering waar de beginselen van het internationale voetbal liggen, en waarom de Belgen hier tot twee keer toe zo'n grote rol in speelden.

Steun De Valse Trage!
https://fooienpod.com/devalsetrage

Productie
Tim-Oliver Metz

Stemacteurs

Yoan Yangassa

Bronnenlijst
Fluitend Door De Wereld, John Langenus
Koninklijke Belgische Voetbalbond
Scottish Sports History
https://www.thescore.com/seri/news/490835
https://en.wikipedia.org/wiki/History_of_FIFA#cite_note-3
https://cartasesfericas.wordpress.com/2010/08/06/futbol-es-cultura-donde-duermen-las-aranas/
https://www.elpais.com.uy/informacion/sociedad/pocitos-esconde-lugar-iconico-futbol-mundial.html
https://enunabaldosa.com/2013/06/27/mundial-aca-empezo-todo/
https://www.bbc.com/mundo/deportes-43882051

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:15] Speaker A: Beste luisteraars, we staan hier in de Avenida Coronel Alegre, een rustig straatje in de woonwijk Positos. Een dikke drie kwartier stappen vanuit het centrum van Montevideo, de hoofdstad van Uruguay. is de kruising van het doel waar het eerste WK-doelpunt ooit viel. Donde duermen las arañas staat gegraveerd op de doellijn. Vrij vertaald, waar de spinnen slapen. Het is hoe men onder andere in Uruguay in de winkelhaak zegt. We zullen de olifant maar uit de kamer halen. Hoe ben ik in Montevideo beland om op een stuk ijzer te kloppen? Met kerst kreeg ik van mijn vrouw een boek, getiteld Fluitend door de wereld, geschreven door John Langenus. Ik neem het u niet kwalijk als die naam u niet zegt. Wat ik u wel al kan vertellen, is dat John Langenus een Belgische scheidsrechter was die de eerste finale van een WK voetbal mocht fluiten. En fluitend door de wereld zijn Langenus zijn memoires uit een tijd toen het voetbal er heel anders uitzag dan vandaag. Die verhalen uit lang vervlogen voetbaltijden zetten me aan het denken. Ze staan in schril contrast met de staat waarin het mondiale voetbal zich vandaag bevindt. De 222 FIFA World Cup is Qatar. Dit is je prijs. Dit is je prijs voor de vrede. Dit is echt een van de grote eerwinners van mijn leven. Heel erg bedankt. waar de organisatie van een WK het resultaat is van corruptie en geopolitiek, waar wereldleiders uitgevonden awards in de schoot gehoord bekrijgen en waar het collectieve gedachtegoed rond voetbal steeds verder lijkt te evolueren van the people's game, de mensen die het groot maakten, en het steeds meer moet teren op nostalgie om de romantiek levendig te houden. Gevoendenes fressen hier in Montevideo. Want in deze winkelhaak bevindt zich de start van deze aflevering en deze podcast. Ja, en beeld je het eens in. Een metalen sculptuur anoniem opgaand in het stedelijke landschap van deze rustige woonwijk van Montevideo. De grandeur van 1930 is hier helemaal verdwenen, beste luisteraars. Nu ja, was er toen zelfs grandeur in het voetbal. Hoe dan ook lijkt de tijd hier stil te staan. 13 juli 1930. Drie uur middags op een grijze zondag. Estadio Positos, Frankrijk tegen Mexico. Fransman Delfour rukt op over de rechterflank. Steekt het middenveld over en speelt de bal aan Liberati. Die de bal buiten het strafschopgebied controleert. Lucien Laurent stormt als een bezetene richting penaltypunt. Het is de negentiende minuut van de eerste helft. En wat er vervolgens gebeurt, zal voor eeuwig herinnerd worden. Voorzitt liberati. De bruine leren bal, die met zijn scherpe veters de kopperst angst inboezemde, zweeft richting penaltypunt. Laurent's ogen, wijdgespreid. De 22-jarige middenvelder, opgegroeid in Saint-Mort-de-Fossé en per boot aangekomen in Montevideo, staat klaar voor de volley die hem naar de voetbalgladiolen zal brengen. Dat is een spectaculair doelpunt. Un golaso. Het eerste van duizenden die nog zullen volgen. De bijna duizend toeschouwers op de overdekte tribune geloven hun ogen niet. En voor Lucien Laurent is het een van de mooiste dingen die hem ooit zal overkomen. Laurent zal in zijn 25-jarige carrière nog voor negen clubs spelen en in de Peugeot-fabriek werken. De nazi's zullen hem krijgsgevangen nemen. Hij zal de oorlog overleven en een fantastisch grootvader worden die tot op zijn 83e met zijn kleinkinderen en vrienden voetbalt. In 2005, op 97-jarige leeftijd, zal hij overlijden, niet wetende dat een jaar later een architect zijn meest memorabele doelpunt zou vereeuwigen. Want dat we hier überhaupt staan, hebben we te danken aan de nauwgezette studie van een architect uit Montevideo, Enrique Benetsch. Die slaagde erin de exacte plek te bepalen waar dat mythische doel van het Positosstadion, dat in 1940 werd afgebroken, stond. Het doel waar Lucien Laurent het meest legendarische doelpunt uit zijn carrière maakte. Penetsch herinnerde zich tot in de kleinste details de beschrijvingen van zijn vader en zijn oom. Penarolfans en vaste bezoekers van het stadion. En de verhalen over wedstrijden met wel 12.000 supporters. Stuk voor stuk mensen die hem konden helpen bij het vinden van het veld. Benetsch ging op onderzoek, kande elke hoek van het cement uit dat dat legendarische gras had bedekt en raadpleegde de archieven. Want, zo zei hij zelf in de Argentijnse krant Clarín, op de universiteit leerden ze me dat in de stedenbouw dingen niet volledig worden uitgewist. Dat er altijd iets overblijft. In dat bewuste artikel staat ook dat hij bij een huis in de bewuste wijk aanbelde en hoorde van de eigenaars dat ze bij het begraven van hun hondje een hard voorwerp en een zak met flesdoppen vonden. Het bleken restanten van de tribunes en het bewijs dat voetbal en een drankje al lang hand in hand gaan. In het stadhuis van Montevideo vond hij een cruciaal bewijsstuk. Een foto genomen vanuit een Brits vliegtuig dat in 1926, vier jaar voor de Wereldbeker, fotografische mozaïeken van steden maakte en verkocht. En het enorme veld, 109 bij 73 meter, was er perfect op te zien. De Urugwajaanse luchtmacht voorzag en vervolgens van vier vergrotingen van de foto uit 1926 en kwam zelfs nog met eentje uit 1929. En vervolgens in 2005, met behulp van Google Earth, legde Benetsch de beelden uit het verleden over die van het heden en de exacte locatie van het Positosveld was geen raadsel meer. De toeristische dienst van de stad besloot om dit erfgoed in 2006 eindelijk te erkennen en organiseerde een wedstrijd onder beeldhouders en kunstenaars. En busca del arco perdido. Op zoek naar het verloren doel. Het ontwerp Donde duerden men las arañas van architect Eduardo de Mauro won de wedstrijd en werd voor altijd de plek die herinnert aan dat legendarische doelpunt. Wandelend over de doellijn horen we het gejuich van de slechts 4.400 supporters in het Estadio Positos wanneer Lucien Laurent, het grootste voetbalcircus ter wereld, voor eens en altijd op gang trapt. De bal rolt. Het werd een onvergetelijk, maar ook atypisch WK dat niet verder kon staan van het voetbal van vandaag. Ondanks dat tal van Europese grootheden hun kat stuurde, leven de verhalen verder dankzij de landen die er wel bij waren. België was erbij en is zelfs een van de redenen dat het toernooi überhaupt kon doorgaan. Maar ook de Fransen, Roemenen, twee Belgische scheidsrechters en Jules Rimet, reizend met gelijknamige trofeeën in zijn koffer, waren van de partij. Wij maken met hen en hun verhalen de grote oversteek. Maar eerst en vooral, hoe zijn we in godsnaam tot een WK voetbal gekomen? En waarom speelden de Belgen hier zo'n grote rol in? Dit is De Valse Trage. Ons verhaal begint mijlenver van Positos, Montevideo of Uruguay. We staan hier namelijk in Uckel, meer bepaald aan de rand van het veld van de Ganzenvijver. Een stadion, nota bene. Le stade du vivier d'Ois, de thuishaven van Racing Club de Bruxelles, gelegen in een wel heel exclusief stukje Uckel, pittoresk genesteld tegen de frisgroene lentekruinen van het uitgestrekte Turkamerbos. Het is 1 mei 1904. Voor het eerst weerklinkt de Brabantzon voorafgaand aan een voetbalwedstrijd. Het is niet de eerste keer dat er onder de Belgische driekleur wordt gespeeld. De Belgen geven de Nederlanders al sinds 1901 jaarlijks partij in het trofee van de Nabele. Et pour la petite histoire, de Belgen wonnen hem elke keer. U moet wel weten dat beide landen buitenlanders in de selectie hadden. Deze keer, hier, aan de Ganzenvijver, is het een all-Belgian team. En dankzij het archief van de Belgische Voetbalbond is deze wedstrijd niet verloren gegaan. De tegenstander... De Franse, natuurlijk. Tegenwoordig als Belg een tegenstander die je liever vermijdt. Maar desondanks een broederschap gedrengd in voetbalgeschiedenis. Hoewel er toen al een superioriteitscomplex werd toegeschreven aan de Franse. Met zo'n 1500 toeschouwers is de ganzenvijver goed gevuld. De kassa van de voetbalbond rinkelt. Blikvanger is de hoofdtribune van het stadionnetje. Het is een primeur op het Europese vasteland. De eerste tribune die uit gewapend beton bestaat in plaats van hout. Tot op heden is dit de oudste hoofdtribune van ons land. Zeker een tip voor de groundhoppers onder ons. Het is nog redelijk warm wanneer scheidsrechter John Keane, een Engelsman, de teams het veld op begeleidt. Dames en heren, uw Belgische elftal. Renaud Alfred Verdijk. Alfred Verdijk, doelman, boegbeeld van Antwerp, later ook elf seizoenen hun trainer. Tot vandaag is dat een record. Poelmans is een Unio-man van stand. Vrilling is een beerschottenaar en die haalde twee caps. Een berucht trio. Combier breekt later zijn been door een woeste tackle van Van den Einde, maar zou terugkomen en tot op zijn 41ste spelen. Een Belgisch record dat pas door Timmy Simons gebroken zou worden. Van Hoorde, thuisspeler van Racing Club de Bruxelles, haalde zelfs nog Olympisch brons in Parijs. Van Hoorde, Boris Tomiase, Alex Vigo, Charles Van der Stappen, Pierre D'Astrebecque en Saint-Laurent-Violi-Jean-Gérard Kérité. De aanval is een union bolwerk met op de spits Kérité, een jonge namenaar die als speerpunt speelt bij thuisploeg Racing Club de Bruxelles. We nestelen ons in de fameuze hoofdtribune. Het spelpeil... aan de magere kant. De Fransen hadden zich vooraf rijkelijk te goed gedaan aan het Buffet in het centrum. België oogt frisser, maar kansen blijven schaars. Tot Lommeken van den Einde de bal tot bij Carité speelt. En die maakt er 1-0 van. Het eerste doelpunt voor het Belgische nationale elftal. De vreugde is echter niet van lange duur. Mesnier schiet gelijk voor de Fransen en nog geen minuut later staat de 1-2 op het bord door Roye. Twee dolle minuten. Ruststand 1-2. In de tweede helft nemen de Belgen meteen de wedstrijd in handen en na enkele minuten herhaalt Carités zijn kunststukje en hangt de namenaar de bordjes weer in evenwicht. Halverwege de tweede helft zet Unions flankspeler Destrebec België zelfs op voorsprong. 3-2. De Belgen lijken in hun eerste officiële wedstrijd op een overwinning af te stevenen, maar zoals zo vaak houden de Fransen ons bij. Cypress maakt laat gelijk. 3-3. Scheidsrechter Kien fluit drie keer en zo eindigt de allereerste Belgie-Frankrijk in een billig gelijkspel. Op weg naar de uitgang zien we de spelers richting kleedkamer stappen. De teleurstelling is zichtbaar, maar het is nu ook niet een enorm verlies. Integendeel, de reden dat we in Uckel zijn, zal meteen duidelijk worden. Daar is namelijk een opvallend gesprek aan de gang tussen twee mannen in de gang van de kleedkamers. [00:16:01] Speaker B: Maar monsieur Guérin, u ziet toch zelf wat dit losmaakt. België tegen Frankrijk, een vol stadion, duizenden toeschouwers. Dit mag geen losse afspraak blijven. [00:16:12] Speaker A: Ik ben er mee eens. Het is het begin van iets. Maar zonder regels, zonder structuur, het is koud. [00:16:18] Speaker B: Dan moeten wij structuur bouwen, een bond, internationaal. Als de Engelsen het niet willen, dan doen we het zelf. [00:16:25] Speaker A: Heel goed. We gaan niet wachten. Parijs in drie weken. We hoorden Brusselaar Louis Mullinghouse en Fransman Robert Guérin. En dat net die twee heren over een internationale bond begonnen, was geen ingeving van het moment. Het idee hing namelijk al jaren in de lucht. Want al sinds de jaren 1890 werd er her en der gepraat over een overkoepelend orgaan. In Londen, bij de machtige Football Association van het Verenigd Koninkrijk, waren er voorstellen binnengelopen om een internationale federatie op te richten. In Engeland zelf zag men er de voordelen van in. Prestige, controle over het spel, wereldwijde erkenning. Sommige FA-leiders, zoals voorzitter Sir Frederick Wall, stonden er niet afkerig tegenover. De beslissing lag echter niet bij Engeland alleen. Ook de bonden van de rest van Groot-Brittannië, Schotland, Wales en Ierland hadden evenveel inspraak. Waarom de vorming van een internationale bond hier spaakliep, had alles te maken met hoe het voetbal in Groot-Brittannië gegroeid was. Het begon in de jaren 1850 en 1860 op de Engelse colleges. Schooljongens die onder elkaar voetbalden, richtten na hun studies clubs op. Eerst in Engeland, daarna ook in Schotland, Wales en Ierland. Tegen 1880 had elk van die landen een eigen bond. En vanaf 1882 stonden ze allemaal met een nationaal elftal op het veld. Die bonden organiseerden eigen bekers, eigen competities en interlands onder elkaar. Maar de spelregels liepen nog uiteen. Daarom richtten ze in 1886 samen de International Football Association Board op, de IFAB. Daarin hadden Engeland, Schotland, Wales en Ierland elk een gelijke stem. En wat daar werd beslist, werd de officiële wet van het voetbal. Terwijl de landen op het Europese vasteland nog in de voetbalschoenen stonden, hadden de Britten al decennia lang interlands gespeeld, hun regels gebundeld en zelfs een profcompetitie lopen. Geen wonder dat er zo naar hen werd opgekeken. Bovendien verklaart dat meteen waarom het Verenigd Koninkrijk vandaag nog altijd geen nationaal elftal heeft, maar wel vier aparte. Omdat die voetbalbonden al vanaf de 19e eeuw afzonderlijk bestonden. Elk met hun eigen tradities, hun eigen rivaliteiten en hun eigen stem bij de IFAB. En 30 jaar geschiedenis weggooien, dat zag geen van elk zitten. Terug naar de FIFA. Londen had er dus wel oren naar, maar de andere home nations, Wales, Schotland en Ierland niet. Elke poging om een internationale bond te steunen werd geblokkeerd. Sir Frederick Wall, de invloedrijke secretaris van de FA, kon niet anders dan op zijn laatste telegram te zetten. De Home Nations sloten de rangen. Als er een wereldbond zou komen, dan enkel onder hun voorwaarden. En zo bleef het plan jarenlang halfdood in brieven en vergaderingen. Toch waren er vastberaden figuren op het vasteland. Zoals dus onze Franse vriend Robert Guérin, een jonge journalist van de krant Le Matin en bestuurslid van de Union de Société Française de Sport Athlétique. Guérin geloofde dat voetbal internationale afspraken nodig had. En in België hadden we dus Louis Mühlinghaus. Maar wie was die Mühlinghaus? Gelukkig is de man zijn leven allesbehalve een geheim. Hij was geen profvoetballer, maar een man uit de Brusselse burgerij. In het dagelijkse leven was hij secretaris van Racing Club de Bruxelles, een club die al vroeg voetbal en andere sporten organiseerde. Daarnaast zat hij in het bestuur van de Belgische Sportfederatie, die sinds 1895 ook het voetbal regelde. Later zou dit de Belgische Voetbalbond worden. Als secretaris had Mühlinghaus één troef. Hij was een geboren organisator. Hij kende zijn weg in de correspondentie, sprak vlot Frans en Duits en had contacten bij collega-bonden zoals Zwitserland en Nederland. Die connecties gebruikte hij meteen na de bewuste België-Frankrijk van 1 mei 1904. Nauwelijks terug van het veld in Uckel begon hij brieven en telegrammen uit te sturen. Frankrijk was al gewonnen via Guérin. Nederland en Zwitserland waren snel enthousiast. Ook daar zaten bestuurders die het gedoe met de Britten beu waren. Denemarken en Zweden wilden hun pas georganiseerde voetbal meteen internationaal verankeren. Spanje had nog geen officiële bond, maar Madrid FC, de voorloper van Real, zou in naam van het land een vertegenwoordiger sturen. Duitsland aarzelde nog. Voor sommige landen was de reis naar Parijs een financiële opgave en anderen keken eerst de kat uit de boom. Maar Mullinghouse hield vol, stuurde herinneringen en gebruikte zijn persoonlijke netwerk om te verzekeren dat de zaal in Parijs niet leeg zou blijven. [00:22:20] Speaker B: Bruxelles, 3 mei 1904. Messieurs, wat we gisteren op het veld zagen, mag geen enkel moment verloren gaan. België, Frankrijk, een vol stade. Duizenden ogen gericht op ons spel. Het toont dat voetbal internationaal potentieel, maar ook afspraken nodig heeft. Wij moeten dit momentum grijpen. Daarom nodig ik u uit op 15 mei in Parijs, 229 rue Saint-Honoré, om de eerste stappen te zetten richting een internationale bond. Uw ervaring en stem zijn van groot belang. Zonder samenwerking tussen nationale bonden blijft het slechts een droom. Ik hoop van harte dat u aanwezig kunt zijn en zie uw bevestiging met belangstelling tegemoet. Avec sincerité, Louis Möllinghaus, secretair UBFSA. [00:23:14] Speaker A: Zo groeide het idee dat in Londen jarenlang in een lade was blijven liggen dankzij de koppigheid van een Brusselse clubsecretaris en een Franse journalist plots uit tot realiteit. Nog geen drie weken na België-Frankrijk zaten ze in Parijs rond de tafel. MUZIEK Parijs in 1904 is toch wat anders. De belle époque zit op haar hoogtepunt. De lichtstad is levendiger dan ooit. Cafés gonzen van het volk, cabarets draaien volle zalen, er staan muzikanten op elke straathoek en naast het gerammel van paard en koets zien we ook de eerste elektrische trams. En in deze stad wordt vandaag, op 23 mei 1904, drie weken na die bewuste België-Frankrijk, voetbalgeschiedenis geschreven. Ik werk mijn café alleen naar binnen. En we vertrekken. Ik heb Mühlinghaus zijn brief hier. 229 Rue Saint-Honoré. Dat zou hier vlakbij moeten zijn. Hier is het, letterlijk twee straten verder van Le Jardin des Tuileries. Bonjour. Bonjour. J'ai une invitation de Monsieur Mulhouse. Par ici, s'il vous plaît. Merci. Voilà, we zijn net op tijd. En dankzij de zorgvuldige notities van de secretaris ter plaatse weten we tot op de dag van vandaag hoe de bijeenkomst plaatsvond. De vergadering gaat van start onder het voorzitterschap van Frank Ney, vicevoorzitter van de USFSA, de Franse voetbalbond. Aan tafel zitten naast Guérin en Mühlinghaus vertegenwoordigers van Nederland, Zwitserland en Denemarken. Spanje is er niet fysiek bij, maar laat zich wel vertegenwoordigen door een volmacht van Madrid FC. Zweden is dan weer niet aanwezig, maar heeft vooraf laten weten het initiatief en de afspraken te steunen en de Deense vertegenwoordiger volgt dit mee op. Eén opvallende stoel blijft leeg, die van Duitsland. Er is wel contact. Er ligt correspondentie op tafel over een geplande vertegenwoordiging. En op 23 mei wordt expliciet melding gemaakt van een telegram van Duitsland waarin ze zich aansluiten bij het congres. Dat is een beetje apart, aangezien Duitsland toen al een trekkersrol had in het Europese voetbal. Gelukkig botste ik op een Schotse voetbalblogger die het mysterie had uitgepluisd. Duitsland was van plan om met Dr. Gustav Manning, een van de oprichters van SC Freiburg, een vertegenwoordiger te sturen. Manning zat echter vast in Engeland, want hij miste zijn ferry. Zijn vervanger, Philip Heineken, geen familie van het bekende afwasmiddel, geraakte er om onbekende redenen ook niet. Dus werd het een telegram. Het volstond voor de Oosterburen echter niet om als founding member te worden aanzien. Ook Engeland houdt de boot af. De Engelse FA, de enige van de home nations die de FIFA Welge 9 is, stuurt een brief met excuses dat ze niet vertegenwoordigd zijn. En komt er tegelijk aan dat er in 1905 een congres in Londen zal plaatsvinden. De ondertoon is echter duidelijk. De Britten staan nog niet te springen om macht te delen met het vasteland. De aanwezigen kiezen niet voor eindeloze discussies, maar voor vooruitgang. Ze nemen het ontwerp van het verdrag artikel per artikel door, leggen vast dat elke federatie maar één stem heeft en werken de laatste knopen weg. Regels rond internationale wedstrijden, boetes, lidgelden en zelfs het idee van een internationale competitie duikt al op. De artikelen en administratieve regels worden unaniem goedgekeurd. En dan wordt het officieel. Het verdrag en de statuten worden aangenomen en ondertekend. Robert Guérin wordt aangesteld als eerste voorzitter en Mühlinghaus wordt secretaris. Guérin kiest voor Zwitserland als locatie. Niet toevallig. Het land ligt centraal in Europa, is politiek neutraal en staat symbool voor stabiliteit. Wat handig is voor een jonge organisatie die vooral ruzie in de bonden moest samenbrengen. Daarom wordt Zurich in 1905 ook de vaste thuisbasis van de FIFA. Tot op vandaag trouwens. Een jaar later, in 1906, is het zover. Het eerste FIFA International Football Tournament gaat door in Genève. Althans, op papier. In werkelijkheid is het één grote chaos. Sommige landen sturen hun nationale elftal, andere sturen clubteams. Sommige teams komen niet eens opdagen. De Engelsen weigeren categoriek mee te doen. Ze vinden de FIFA maar een Franse hobbyclub. Er is geen duidelijk schema, geen uniforme regels en nauwelijks publiek. Volgens sommige bronnen won een Frans team, volgens anderen de Zwitsers. De waarheid? Niemand weet het nog zeker. Het toernooi was zo slecht georganiseerd dat de FIFA het later liever uit haar geschiedenisboeken schrapte. De afwezigheid van de Britten bleef een vitaal gemis. Hun voetbalbonden, met Engeland voorop, hadden al 30 jaar uniforme regels. Zonder hen dreigde elke wedstrijd uit te draaien op verwarring en discussies over spelregels. Zoals gaan poelen met je vrienden. Er zit er altijd wel eentje tussen die andere regels hanteert. De Britten zouden in dit geval dan fungeren als een internationale rechter die de regels duidelijk stelt. Met hun erfgoed zou iedereen naar hen luisteren. Dus, hoe je het ook draaide of keerde, vroeg of laat ging men de Britten nodig hebben. Gelukkig zou de diplomatie zegevieren, ook hier door toedoen van een Belg, baron Edouard de Laveley. Edouard de Lavleyen is een geboren Gentenaar, maar verwierf zijn status in de regio rond Luik. Hij studeerde af als mijn ingenieur en werkt zich op in de bloeiende staal- en sporenwegindustrie van de late 19e eeuw. Hij speelde ook als linker halfback, een combinatie tussen een hedendaagse verdedigende middenvelder en linker wingback. Dat deed hij bij FC Luik en nadien Leopoldclub uit Uckel, waar hij nog doelman wordt. Uiteindelijk wordt hij ook voorzitter van beide clubs. De Lavallee loopt over van passie, mentaliteit en organisatietalent. In de beginjaren van de Belgische voetbalcompetitie vloot hij zelfs een paar wedstrijden bij gebrek aan scheidsrechters. Die mentaliteit levert hem het allereerste voorzitterschap op van de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Nadien richtte hij zelfs nog het Belgisch Olympisch Comité op en organiseerde de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen. Een historisch evenement waar we in deze podcast nog uitgebreid naar zullen terugkeren. Baron de Laveleyen besefte dat de FIFA pas echt internationaal zou zijn als de Britten deelnamen. Hier horen we hem tijdens een bezoek aan de FA in Londen. [00:32:42] Speaker C: Dames en heren, uw regels zijn een voorbeeld voor heel Europa. Wat aanvankelijk een spelletje van op de speelplaatsen was, werd door uw toedoen een gentleman's game. The people's game. Uw regels plavijen het pad voor een van de meest veelbelovende sporten van onze tijd. Niemand vraagt u die op te geven. Integendeel. Deeluitmaken van de FIFA betekent dat u niet alleen het voetbal in de home nations kan vormen, maar over de hele wereld. Met uw ervaring en toezicht blijft alles uniform. Uw aanwezigheid geeft legitimiteit aan die regels. Bekijk het als een kwaliteitslijbel. Uw invloed zal alles bepalend zijn. [00:33:40] Speaker A: Zijn diplomatie werkte. Op 14 april 1905 trad Engeland officieel toe tot de FIFA. De andere home nations zouden uiteindelijk ook volgen. De Laveleyen werd als dank voor zijn succesvolle gelobby het eerste erelid van de FIFA. Een erkenning voor zijn sleutelrol in het overtuigen van de Britten. In 1906 nam de Engelsman Daniel Burley Woolfall het voorzitterschap van de FIFA over van Robert Guérin. Woolfall was een ervaren voetbaldiplomaat, actief in de Engelse FA en speelde een cruciale rol in het bevorderen van uniforme spelregels binnen de FIFA. Hij zorgde ervoor dat internationale wedstrijden voortaan volgens duidelijke regels verliepen, geïnspireerd door het Engelse model, en zette de eerste stappen richting een echte mondiale coördinatie van het voetbal. Dankzij de Laveleijen en Wolf Hall had FIFA nu de fundamenten, een internationaal bestuur, uniforme spelregels en de legitimiteit die alleen de deelname van de Britten kon brengen. De basis voor het wereldvoetbal was gelegd en daar hebben we twee landgenoten voor te danken. Daar stopt de rol van ons land in aanloop naar het eerste WK niet. In de volgende aflevering zal België opnieuw meermaals een sleutelrol opeisen. De tijd gaat sneller dan je denkt. De tijd is een valse trage. Van harte bedankt om tot hier mee te duiken in het verhaal. Graag bedank ik de Koninklijke Belgische Voetbalbond en Scottish Sport History. Voor de volledige bronnenlijst verwijs ik je graag door naar de show notes van deze aflevering. Ook een speciaal dankwoord aan Johan Jan Gassa om zijn stem aan deze aflevering te lenen. Mijn naam is Tim Olivermets. De Valse Tragen is een productie die ik met passie en plezier voor jullie maak. Heb je genoten van dit verhaal, beste luisteraar? Dat doet deugd. Dit is immers het werk van doorgedreven bronnenonderzoek, analyses, praktische regelingen en uiteraard het neerpennen, opnemen en monteren van het verhaal. Als u de kleine moeite neemt om deze podcast een goede rating te geven in het platform waar u luistert, zijn we u al enorm dankbaar. En wilt u nog verder gaan? Surf dan naar fooiepod.com, schuine streep, de valse trage, en trakteer ons op een fooi. Let op, voor je pot schrijf je met een D op het einde. Zelfs de kleinste gift volstaat om dit verhaal draaiende te houden en alleen maar beter te maken. Nogmaals, voorjepot.com, schuine streep, de valse trage. Voor je pot met een D op het einde en de valse trage aan elkaar geschreven. Graag tot de volgende keer.

Other Episodes

Episode 2

July 12, 2026 01:24:48
Episode Cover

1.2 België, de eerste Wereldkampioen voetbal

De Valse Trage zet z'n reis naar Montevideo verder, van de Belle Epoque, los door de modder van de IJzer de roaring twenties in....

Listen